Compensatieplicht voorop
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft onlangs drie uitspraken gedaan in Wmo-zaken over pgb-aanvragen voor begeleiding. De uitspraken maken duidelijk dat begeleiding voor het ontmoeten van mensen en het aangaan van sociale verbanden valt onder de compensatieplicht. Deze uitspraken zijn ook van belang bij de toetsing door lagere rechters of een Wmo-voorziening toegekend kan worden voor andere sociale activiteiten zoals sport.
Een gemeente heeft een onderzoeksplicht (en mogelijk een compensatieplicht) wanneer een beperking onder een van de vier taak- of prestatievelden van artikel 4 lid 1 Wmo valt. Deze vier taakvelden zijn: huishouden, verplaatsen in en om de woning, lokaal per vervoermiddel en ontmoeten/sociaal contact. Onderstaande uitspraken gaan over het taakveld ‘ontmoeten/sociaal contact’.
Begeleiding
Bij een Wmo-aanvraag voor begeleiding is de conclusie van de rechter – het zal inmiddels niet meer verrassen – dat een gemeente altijd de individuele situatie zorgvuldig zal moeten onderzoeken. Een gemeente kan niet zonder meer volstaan met een verwijzing naar algemene oplossingen zoals vrijwilligerswerk, mantelzorg, algemeen maatschappelijk werk of al toegekende Wmo-(vervoers)voorzieningen. Hetzelfde geldt voor eventuele andere wettelijke voorliggende voorzieningen (AWBZ en Zorgverzekeringswet).
Autisme
Bij de eerste zaak gaat het om een man met autisme die een pgb had aangevraagd voor onder andere langdurige begeleiding bij het aangaan van sociale contacten in de omgeving . De gemeente wees dit verzoek af omdat de man hiervoor een beroep kon doen op vrijwilligers van gemeentelijke instellingen. Voor matige of zware begeleiding verwees de gemeente de man door naar de AWBZ.
De CRvB stelde vast dat voor zover het een verzoek om (lichte) begeleiding gericht op sociale contacten betrof, dit onder het taakveld van artikel 4 lid 1 onderdeel d Wmo valt. Het besluit van de gemeente is volgens de CRvB onzorgvuldig tot stand gekomen (in strijd met art 3:2 Awb) omdat de gemeente de individuele problemen van de man en de oplossingen niet concreet geïnventariseerd heeft. De gemeente zal daarom alsnog moeten onderzoeken welke voorziening(en) voor deze man, rekening houdend met zijn individuele situatie, als compensatie kan gelden.
Ouderen
In de twee andere uitspraken verwees de CRvB naar de eerste uitspraak. In deze twee latere zaken (verzoek om voorlopige voorziening) ging het om ouderen die bij de gemeente een pgb hadden aangevraagd voor onder andere begeleiding bij boodschappen doen, wandelen en kerkbezoek. Dit alles in de directe omgeving. Een oudere was zelfstandig thuiswonend, de andere oudere verbleef in een instelling. De gemeente wees beide aanvragen af. De gemeente stelde dat de ouderen hiervoor ook gebruik kunnen maken van de reeds beschikbare vervoersvoorzieningen zoals deeltaxi en vervoerspas.
Ook in deze zaken oordeelde de hoogste rechter dat het gaat om begeleiding voor het aangaan van sociale contacten. De gemeente had hier eveneens nader onderzoek naar de individuele situatie moeten doen. Verder kan de gemeente zich niet op de AWBZ beroepen – als voorliggende voorziening ex artikel 2 Wmo – als uit onderzoek blijkt dat een instelling zelf geen begeleidingsmogelijkheden heeft. Vanwege de hoge leeftijd en de aard van de beperkingen droeg de rechter in deze zaken de gemeente meteen op om actief te bemiddelen bij het vinden van – vrijwillige – begeleiding.
Sport en recreatie
Sport en recreatie hebben ook een belangrijke sociale contactfunctie. De Wmo als participatiewet biedt ruimere mogelijkheden dan voorheen, zo blijkt uit de jurisprudentie. Wel zal ook hier binnen de grenzen van de vier taakvelden moeten worden gemanoeuvreerd.
Racetandem
Al in 2010 maakte Rechtbank Breda korte metten met het verweer van gemeente Tilburg dat het taakveld ontmoeten en sociale contacten geen zelfstandige functie zou hebben. In het kader van maatschappelijke participatie kan hier volgens de rechter onder omstandigheden ook sport vallen.
Daarnaast had de gemeente in dit geval zonder voldoende onderzoek geconcludeerd dat de sportbeoefening van betrokkene – op een racetandem binnen een wielervereniging – niet binnen dit taakveld zou kunnen passen. Er was slechts in het algemeen naar andere sportmogelijkheden gekeken en niet naar de persoonlijke leefsituatie van betrokkene. De gemeente deed dit vervolgens alsnog, maar kwam tot de slotsom dat een racetandem voor betrokkene geen meerwaarde vormde voor zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer. De rechter was het hier nu mee eens .
Offroad sportrolstoel
In een andere Tilburgse zaak vroeg betrokkene, die een complete dwarslaesie heeft, niet alleen om vervanging van zijn handbewogen en elektrische rolstoel maar ook om een offroad sportrolstoel voor individuele sportbeoefening. Dit laatste weigerde de gemeente omdat het geen sport in verenigingsverband betrof.
De rechtbank gaf aan dat ook individueel sporten onder omstandigheden op zich kan bijdragen aan maatschappelijke participatie. In dit geval was daar echter al voldoende in voorzien, door onder andere de beschikbaarheid van de andere rolstoelen en de gebleken verdere maatschappelijke activiteiten en contacten van betrokkene.
Vastframe handbike
Tenslotte nog een – niet gepubliceerde – uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over compensatieplicht en topsport. Betrokkene moet bij zijn vereniging over een vastframe handbike beschikken om mee te kunnen doen aan handbiken op hoog wedstrijdniveau. Volgens de rechtbank is de gemeente niet verplicht die voorziening om die reden te verstrekken. Uit onderzoek blijkt dat betrokkene ook kan sporten bij zijn vereniging met een rolstoel met los aankoppelbare handbike. Dat moet op zich voldoende zijn om zijn sociale contacten te kunnen onderhouden.
Auteur: Jan Jasper Homan, CG-RaadEerder verschenen in Juris, aflevering 5, december 2011. Actuele informatie over o.a. Wmo is te vinden op de website www.juridischsteunpunt.nl






