Reistijd, in- en uitstappen, begeleiding, het voertuig en de chauffeur. Dat zijn de factoren die de kwaliteit en de veiligheid van het leerlingenvervoer bepalen. Op deze pagina’s treft u verschillende aanbevelingen aan die u als adviesraad helpen om die kwaliteit en veiligheid te bewaken.
- Aanbevelingen voor aangepast vervoer
- Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden
- Inspectie Verkeer en Waterstaat
- De vervoerder
Aanbevelingen voor aangepast vervoer
In de Brochure Vlug en Veilig naar school treft u diverse aanbevelingen aan die helpen om de kwaliteit en de veiligheid van het leerlingenvervoer te verbeteren. U kunt ze gebruiken bij het overleg met de gemeente; bijvoorbeeld tijdens de aanbesteding van het vervoer. Hier leest u aanbevelingen rond de succesfactoren van het leerlingenvervoer.
Reistijd
De aanbevolen maximum reistijd in Vlug en Veilig is 45 minuten. Dat wordt bijna nergens gehaald. De reistijden in het leerlingenvervoer zijn voor sommige kinderen erg lang. Het reizen is daardoor erg vermoeiend. Dit heeft gevolgen voor het leerproces op school. Bovendien gaan kinderen vroeger dan andere kinderen van huis en ze komen ook later thuis. Er is bijna geen tijd om te spelen of om op een club te gaan.
De wet stelt geen maximum reistijd vast. Er zijn wel gemeenten die grenzen stellen aan de reistijd. Bijvoorbeeld in Groningen is de maximum reistijd 60 minuten. Dit is een goed voorbeeld voor andere gemeenten.
In het Handboek leerlingenvervoer van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) staan ook gerechtelijke uitspraken over wat aanvaardbaar is. Situaties zijn vaak verschillend; daarom zijn hier geen algemene conclusies te trekken. Vanzelfsprekend moeten leerlingen in elk geval alle lessen bij kunnen wonen. Voor advies over individuele situaties kunt u contact opnemen met het Juridisch Steunpunt van de CG-Raad of de juridische Advieslijn Regelrecht van Platform VG.
Soms gaat reizen met het openbaar vervoer sneller dan met aangepast vervoer. Maar vaker is het andersom. Als de reistijd per openbaar vervoer langer is dan anderhalf uur en per aangepast vervoer minder dan de helft daarvan, dan moet de gemeente aangepast vervoer vergoeden. Dat zegt een belangrijke richtlijn uit de Modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
In- en uitstappen
Sommige gemeenten gebruiken opstap- en overstapplaatsen om het vervoer efficiënter te organiseren. Zo’n verzamelplaats van kinderen geeft veel ouders een gevoel van onveiligheid. Hiervoor bestaan geen wettelijke regels. Maar een dergelijke ‘halte’ moet aan een aantal voorwaarden voldoen.
- De enkele reistijd bedraagt niet meer dan 45 minuten, tenzij dit door de zeer lange afstand niet anders kan. Als die regelmatig wordt overschreden, neemt de gemeente maatregelen om de reistijd korter te maken.
- De leerlingen worden niet eerder bij de school afgezet dan een kwartier voor de school begint. Zij worden binnen 15 minuten na het einde van de schooltijd weer opgehaald.
- Een opstap- en overstapplaats moet:
- maximaal 500 meter van huis liggen
- veilig bereikbaar zijn
- beveiligd zijn, zodat kinderen niet op de rijweg of het fietspad kunnen komen
- zo liggen dat verkeer niet met grote snelheid kan passeren
- een schuilplaats bieden tegen kou, wind en regen
- herkenbaar zijn voor kinderen en andere verkeersdeelnemers, bijvoorbeeld door een speciaal bord. - Op elke opstap-, overstap- en aankomstplaats moet een volwassen begeleider aanwezig zijn aan wie het kind kan worden overgedragen.
- Een gemeente die opstap- en/of overstapplaatsen overweegt, voert daarover overleg met de adviesraad leerlingenvervoer of, als die er niet is, met betrokken scholen en ouders.
-
Een onafhankelijke commissie adviseert de gemeente over kinderen die op medische of sociale gronden geen gebruik kunnen maken van de opstapplaats. Zij moeten thuis opgehaald worden.
Begeleiding
Volgens de wet is de gemeente niet verplicht om voor de begeleiding van kinderen van en naar school te zorgen. Soms vergoedt een gemeente de kosten van een begeleider. In de gemeentelijke verordening staat dan in welke gevallen.
De gemeente kan ook één of meer zitplaatsen in de taxi of bus ter beschikking stellen. Ouders hebben dan de gelegenheid de begeleiding zelf te regelen. Zie over het onderwerp begeleiding ook het rapport van de Ombudsman uit 2009.
Sommige kinderen hebben om medische redenen begeleiding nodig. De kosten hiervoor komen in specifieke gevallen voor vergoeding in aanmerking uit de AWBZ. In bepaalde gevallen vergoedt de gemeente de kosten van een begeleider. Bijvoorbeeld als kinderen voor hun schoolbezoek zijn aangewezen op openbaar vervoer. In de modelverordening is de leeftijdsgrens voor vergoeding van vervoerskosten van een begeleider erg laag, namelijk 9 jaar. Dat is voor kinderen die naar het regulier onderwijs gaan.
Ouders kunnen om begeleiding of om vergoeding van begeleidingskosten vragen in het kader van ‘passend vervoer’. De gemeente kan de aanvraag afwijzen, maar moet dit wel motiveren. Voor het beoordelen van de aanvraag kan de gemeente advies inwinnen bij deskundigen, bijvoorbeeld bij het Regionale Expertise Centrum (REC).
Het voertuig
Het voertuig dat de leerlingen vervoert moet veilig zijn. In de overeenkomst die de gemeente met de vervoerder sluit, staan meestal kwaliteitseisen voor het vervoer en het voertuig. Om te beginnen moet het voertuig natuurlijk aan wettelijke eisen voldoen.
Gordels
In Artikel 5.2.47 van de Regelgeving APK staan onder andere de eisen voor gordels:
- Personenauto's van na 30 september 2000 moeten voorzien zijn van gordels voor alle naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen.
- Personenauto’s van na 31 december 1989 en voor 1 oktober 2000 moeten voorzien zijn van gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen.
- Personenauto’s van na 1 januari 1971 en voor 1 januari 1990 moeten voorzien zijn van gordels voor de bestuurdersplaats en de plaatsen daarnaast, voor zover deze aan een portier grenzen.
- Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op klapstoelen en zitplaatsen die gebruikt worden als het voertuig stilstaat.
- De gordels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zijn beschadigd. Pluizen van de gordel wordt niet gezien als een beschadiging.
-
De gordels moeten voorzien zijn van een goed werkende sluiting en een goed werkende blokkering. Oprolmechanismen moeten zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan.
De chauffeur
De chauffeur vervult een zeer belangrijke rol in het leerlingenvervoer. Natuurlijk moet hij de kinderen veilig vervoeren. Hij is vaak de eerste aanspreekpersoon voor ouders en kinderen. Het is van belang dat er vaste chauffeurs zijn die zich realiseren dat zij (gehandicapte) kinderen vervoeren en weten hoe ze met hen om kunnen gaan.
Er is meestal geen begeleiding. Dus de chauffeur krijgt ook te maken met bijvoorbeeld ruzies, pesterijen en gordels die afgedaan worden. Het is niet eenvoudig om daar mee om te gaan, er bestaan wel tips voor.
Diverse organisaties bieden cursussen aan voor chauffeurs waarin zij leren omgaan met mensen met een beperking. Denk aan Sociaal Fonds Taxi, Stichting Zet, Balans en Perspectief. Een dergelijke cursus is niet verplicht, maar zeker aan te raden.
Taxichauffeurs moeten voldoen aan wettelijke eisen. Zij zijn verplicht een vakopleiding te volgen. In deze opleiding leren ze:
- actuele verkeersregels en -tekens
- eisen te stellen aan diverse voertuigen
- beroepshouding
- regelgeving en administratie
- technische storingen signaleren en eventueel te verhelpen.
- Tips
- Lees verder over wettelijke eisen aan taxichauffeurs op de website van Verkeer en Waterstaat
Aanbevelingen
Aanbevelingen uit de brochure Vlug en Veilig naar school:
- Een gemeente vergoedt de kosten van een begeleider in het openbaar vervoer zolang het kind de basisschool bezoekt.
- In geval van groepsvervoer moet er begeleiding aanwezig zijn.
- Elk voertuig beschikt over een compleet ingerichte EHBO-doos, een goede brandblusser en (mobiele) communicatieapparatuur.
- De gemeente stelt kwaliteitseisen aan chauffeurs en voertuigen. Deze liggen vast in het contract met de vervoerder.
- Er wordt gewerkt met vaste, professionele chauffeurs. Zij hebben kennis van de (functie)beperkingen van de kinderen, beschikken over sociale en communicatieve vaardigheden en zijn in het bezit van een EHBO-diploma.
- Het vervoersbedrijf zorgt ervoor dat een lijst aanwezig is met namen, adressen en telefoonnummers van de leerlingen. Bij elk kind staan duidelijk de bijzonderheden vermeld. Die zijn van belang voor het vervoer en bij een eventuele calamiteit.
-
In het voertuig wordt niet gerookt. Dat moet expliciet in het contract met een vervoerder staan.
Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden
De Code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden) bevat de wettelijke regels en aanvullende richtlijnen. De onafhankelijke organisatie Vilans heeft deze vastgelegd. De Code is van toepassing op ‘besloten collectief vervoer’, bijvoorbeeld aangepast leerlingenvervoer en Wmo-vervoer. Toch kunnen verschillende partijen de richtlijnen gebruiken als leidraad. Dat geeft een kader voor veilig vervoer van rolstoelgebruikers.
Doelgroepen Code VVR
- rolstoelinzittenden en begeleiders
aanbesteders en opdrachtgevers van vervoer van rolstoelinzittenden (waaronder gemeenten en zorginstellingen) - technische en ergonomische adviseurs van hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen voor rolstoelinzittenden
- aanbieders van vervoer (taxibedrijven en zorginstellingen)
- chauffeurs
- fabrikanten en importeurs van rolstoelen
-
fabrikanten en importeurs van vastzetsystemen voor rolstoelen en carrosserie-aanpasbedrijven.
- Lees verder over Vilans
Inhoud Code VVR
Kort samengevat houden de richtlijnen van de Code VVR het volgende in:
- Permanent rolstoelinzittenden zorgen dat zij beschikken over een vervoerbare rolstoel. Zij staan toe dat hun rolstoel en zijzelf worden vastgezet.
- Chauffeurs volgen veiligheidsprocedures en gebruiken materialen op de juiste manier.
- Aanbieders van vervoer zorgen voor veilige auto’s en vastzetsystemen. Zij stellen de chauffeurs de veiligheid te waarborgen en laten hen opleidingen en trainingen volgen. Het tijdschema is ruim genoeg om veilig te rijden.
- Aanbesteders gunnen de opdracht aan de vervoerder die de veiligheidsvoorschriften navolgt. Zij maken dit ook financieel mogelijk.
- Rolstoeladviseurs adviseren in verband met veilig vervoer de aanschaf van een veilig vastzetbare rolstoel.
- Rolstoelfabrikanten geven voorrang aan het ontwikkelen van veilig vastzetbare rolstoelen met gemarkeerde bevestigingspunten. Zij laten rolstoelen op veiligheid testen en geven duidelijke gebruiksaanwijzingen.
- Carrosseriebedrijven stellen zich op de hoogte van de veiligheidsrichtlijnen en passen deze toe wanneer zij voertuigen geschikt maken voor rolstoelvervoer.
-
Fabrikanten en importeurs laten hun vastzetsystemen testen.
Hanteren van de code
Zeven grote koepelorganisaties, waaronder KNV-Taxi (de brancheorganisatie van het taxivervoer) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, hebben een convenant getekend. Hierin stellen zij dat veilig rolstoelvervoer aan de Code VVR moet voldoen. Zij beloven dat ze zich inspannen om veilig rolstoelvervoer te realiseren.
Als adviesraad kunt u er bij de gemeente op aandringen dat deze de Code VVR hanteert. Dit betekent dat zij bij de aanbesteding van het leerlingenvervoer rekening houdt met de code. In het bestek van de aanbesteding moet dan de eis komen dat de vervoerder aan de Code VVR voldoet.
De Code VVR is ook van belang voor andere vormen van veilig rolstoelvervoer waarbij de gemeente partij is. Bijvoorbeeld vervoer op grond van de Wmo. Daarom is het handig als u rond dit onderwerp samenwerkt met het lokale platform gehandicaptenbeleid en de Wmo-adviesraad.
Inspectie Verkeer en Waterstaat
De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) ziet erop toe dat vervoerders de wet- en regelgeving van het veilig vervoer van rolstoelinzittenden naleven. De Inspectie controleert onder andere aanwezigheid (en gebruik) van de veiligheidsgordel, een rolstoelvastzetsysteem en losliggende voorwerpen in het voertuig. In 2008 deed de inspectie onderstaande bevindingen.
Gebruik bevestigingsystemen
In veruit de meeste gecontroleerde taxibusjes waren alle bevestigingsmiddelen aanwezig. Wel bleek het gebruik van zoveel bevestigingsystemen, ook door de tijdsdruk, lastig voor sommige chauffeurs. Bovendien blijken zij niet altijd op de hoogte te zijn van de eis dat een veiligheidsgordel bevestigd moet zijn aan het bevestigingsysteem.
Losliggende voorwerpen
In een klein deel van de gecontroleerde voertuigen lagen voorwerpen zoals bevestigingssystemen en andere attributen los op de grond. Dat komt vaak doordat een goede opbergplaats ontbreekt. Een aantal vervoerders erkent het gevaar hiervan niet, terwijl het de kans op letsel bij een noodstop of een aanrijding verhoogt.
In artikel 5.18.3 van het Voertuigreglement van de Inspectie van Verkeer en Waterstaat staan de volgende eisen:
- De bestuurder mag bij het besturen van het voertuig niet door passagiers, lading of op andere wijze worden gehinderd.
- In een voertuig waarin vervoer van een passagier in een rolstoel plaatsvindt, zijn geen losse voorwerpen aanwezig die het risico op letsel bij een noodstop, een aanrijding of een botsing kunnen verhogen.
Losliggende voorwerpen blijven dan ook een aandachtspunt van de Inspectie.
Hoofdsteunen
Een hoofdsteun op een rolstoel is niet verplicht, maar 61% van de vervoerde rolstoelen had er wel één in 2008. De Inspectie ziet dit als een positieve ontwikkeling. Wel is het gebruik van de hoofdsteunen een punt van aandacht. Worden ze onjuist gebruikt, dan verhoogt dit de kans op (blijvend) nekletsel bij een aanrijding.
Liftgebruik
Van de gecontroleerde voertuigen beschikte ruim 86% over een lift. Deze helpt de rolstoelinzittende in en uit het taxibusje. De Inspectie is tevreden over deze uitkomst en vindt het juist gebruik van de liften een belangrijk aandachtspunt om letsel te voorkomen.
Opleiding
Diverse chauffeurs hebben onvoldoende opleiding gehad over het omgaan met een rolstoel en het vastzetten ervan.
De vervoerder
De vervoerder speelt een grote rol in de kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer. Wat heeft de juiste vervoerder te bieden?
- de inzet van goede en veilige bussen of taxi’s
- het juiste materiaal, zoals: gordels, goedgekeurde vastzetsystemen voor rolstoelen, voldoende ruimte voor rolstoelen, EHBO-doos, veiligheidshamer, brandblusapparatuur en winterbanden
- adequaat opgeleid personeel
- vaste chauffeurs
- toezicht op het personeel
- correcte planning en coördinatie van ritten
- goede bereikbaarheid
- fatsoenlijke klachtenafhandeling.
De meeste gemeenten zullen het leerlingenvervoer eenmaal in de 3 of 4 jaar aanbesteden. Zorg dat u als adviesraad invloed hebt op de keuze voor een vervoerder. Let op de kwaliteit die deze te bieden heeft. Met de financiële kant hoeft u zich niet bezig te houden. Tenzij de gemeente onvoldoende middelen beschikbaar stelt om kwalitatief goed leerlingenvervoer te realiseren.
Keurmerkbedrijven
Steeds meer taxibedrijven en touringcarbedrijven willen zich onderscheiden met een keurmerk. Zij moeten dan voldoen aan meerdere kwaliteitseisen, zoals de inzet van kwalitatief goed materieel en adequaat opgeleide chauffeurs. Zorg dat de vervoerders van het leerlingenvervoer zo’n keurmerk hebben. Bijvoorbeeld door u er hard voor te maken dat dit als kwaliteitseis wordt gesteld bij de (Europese) aanbesteding.
[bron: Startersmap adviesraden leerlingenvervoer]





