Kinderen die in Nederland naar school gaan, leggen in verreweg de meeste gevallen de route naar school zelfstandig af of worden door hun ouders gehaald en gebracht. Soms gaat dat echter niet. Ouders kunnen dan een beroep doen op de regeling leerlingenvervoer. Iedere gemeente heeft hiervoor haar eigen beleid. Soms zijn er problemen met het leerlingenvervoer. Om samen sterker te staan, richten de ouders dan vaak een cliëntenraad of adviesraad leerlingenvervoer op.
Criteria
De regeling leerlingenvervoer geldt als:
- De school te ver weg is
- De leerling een handicap of stoornis heeft.
Gemeente
Elke gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van het leerlingenvervoer. Ouders kunnen bij hun gemeente een beroep doen op leerlingenvervoer als hun kind gaat naar:
- het basisonderwijs: reguliere basisscholen en speciale scholen voor het basisonderwijs
- speciaal onderwijs: (voortgezet) speciaal onderwijs
- regulier voortgezet onderwijs inclusief Leerwegondersteunend onderwijs en Praktijkonderwijs.
De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) hebben een richtlijn leerlingenvervoer opgesteld. Toch zijn er grote verschillen tussen gemeenten. Binnen het kader van de wet mag namelijk iedere gemeente haar eigen beleid vaststellen.
Verschillende vormen leerlingenvervoer
Er bestaan drie vormen leerlingenvervoer:
- ouders krijgen van de gemeente een vergoeding en brengen zelf hun kind
- ouders krijgen een (vergoeding voor een) openbaar vervoerabonnement voor hun kind (en eventueel voor een begeleider)
- de gemeente zorgt voor vervoer met een bus of taxi (aangepast vervoer).
Uitgangspunt bij het leerlingenvervoer is een vergoeding op basis van openbaar vervoer. Als dat niet leidt tot passend vervoer, kan een vergoeding worden gegeven voor openbaar vervoer met begeleiding. Als dat ook niet passend is, kan een vergoeding worden gegeven voor aangepast vervoer of kan aangepast vervoer worden verzorgd door de gemeente.
Gemeenten kunnen een 'drempelbedrag' invoeren. Dit betekent dat ze ouders een eigen bijdrage mogen vragen die net zo hoog is als de kosten van het openbaar vervoer tot aan de vastgestelde kilometergrens. De VNG adviseert een kilometergrens van 6 kilometer. Ouders van kinderen met een handicap betalen geen drempelbedrag.
Ook geldt de Regeling zitplaatsverdeling in bus en auto. Dit betekent dat alle kinderen recht hebben op een eigen zitplaats.
Knelpunten
In de praktijk doen zich verschillende soorten problemen voor bij het leerlingenvervoer. Zo probeert een aantal gemeenten te bezuinigen op het leerlingenvervoer. Dit kan leiden tot klachten van ouders, zoals:
- chauffeurs die niet goed weten hoe ze moeten omgaan met kinderen die een beperking hebben
- een gebrek aan begeleiding
- pesten, spugen, slaan en gevechten in de bussen
- Kinderen die niet bij de deur worden opgehaald en zelf maar naar de bushalte moeten komen
- aangepast vervoer dat wordt omgezet in een begeleiderskaart voor het openbaar vervoer
- het niet gebruiken van gordels
- lange reistijden
- op- en overstapplaatsen
- ouders die worden afgewimpeld bij de gemeente als ze hun beklag doen.
Adviesraad leerlingenvervoer
Ouders hebben bij het leerlingenvervoer vooral te maken met de problemen rond het vervoer van hun eigen kind. Maar het blijkt vaak niet om individuele problemen te gaan. Andere ouders ondervinden soortgelijke problemen. Als zij samen hun problemen bij de gemeente aankaarten staan ze sterker.
Binnen een adviesraad leerlingenvervoer worden de gezamenlijke belangen behartigd van de leerlingen die met het leerlingenvervoer vervoerd worden. Samen zoeken gemeente, ouders, vervoerder en scholen naar oplossingen.
Rol VCP
Praktische informatie voor ouders (en scholen) die aan de slag willen met leerlingenvervoer in hun gemeente.





