Soms kunnen gebouwen niet, of slechts tegen hoge kosten, aan alle ITS-eisen voldoen. Om het publiek in deze gevallen toch te kunnen informeren over de mate van toegankelijkheid is in 1994 de Landelijke Toegankelijkheidscode (LTC) ingevoerd. De code geeft specifieke informatie over de toegankelijkheid van de verschillende ruimtes en onderdelen van een gebouw. Doordat bij de LTC de informatie over een gebouw is opgesplitst in onderdelen, is deze manier van keuren erg aantrekkelijk voor gebouwen die niet aan de ITS-eisen voldoen, maar wel (deels) bruikbaar zijn voor veel mensen.
Van alle onderdelen, zoals de entree, de lift of de parkeerplaats, wordt apart weergegeven in hoeverre deze te gebruiken zijn door mensen met een functiebeperking. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat in een natuurgebied wel aangepaste parkeerplaatsen zijn en de bezoekerscentra of restaurants toegankelijk zijn, maar dat het gebied verder onbruikbaar is voor mensen in een rolstoel of een visuele beperking. Om de mate van toegankelijkheid aan te geven, wordt bij deze code gebruik gemaakt van pictogrammen (plaatjes).






