Bij de scootmobielcursus zijn vele vrijwilligers betrokken, die allemaal een belangrijke bijdrage leveren. Jeen Visser, Taeke Wijma en Koos in den Bosch testen de cursisten op hun kennis van de verkeerstheorie, de kwaliteit van hun ogen en hun reactiesnelheid.
De reactietest is eigenlijk ontwikkeld voor de opfriscursus voor automobilisten, maar is voor de scootmobielgebruikers vereenvoudigd, vertelt Jeen Visser. “Het is net een computergame: de cursist ziet op een beeldscherm de omgeving alsof hij in een voertuig zit. Hij ziet bomen en bermen en opeens verschijnt het woord ‘stop’ in beeld. Dan moet hij zo snel mogelijk een knop indrukken.”
Snel reageren
De meeste cursisten reageren opvallend snel, vindt Visser. “Misschien omdat ze juist zo aangewezen zijn op hun handen, omdat andere lichaamsdelen niet meer goed functioneren.” Een snelle reactie is erg belangrijk: “In het verkeer moet je ook snel kunnen inspelen op onverwachte situaties.” Als een cursist minder vlot reageert, wordt onderzocht hoe dat komt en of de reactiesnelheid kan worden verbeterd. “Tijdens de cursus is de leverancier altijd aanwezig, dus die kan direct bekijken of er iets aan de scootmobiel kan worden aangepast of dat het met extra instructie kan worden opgelost.”
Verkeersregels
De verkeerstheorieles leidt regelmatig tot verbaasde gezichten, constateert Taeke Wijma. “De regels voor de scootmobiel zijn namelijk afhankelijk van waar je rijdt. Op het voetpad gelden de voetgangersregels, op het fietspad ben je een fietser en op de rijbaan gelden de regels voor bromfietsen. Met name wat betreft snelheid en voorrangsregels kan het dus veel uitmaken waar je rijdt als scootmobielgebruiker. Voor veel mensen blijft dat lastig. Met foto’s en interactieve oefeningen probeer ik het wat inzichtelijker te maken.”
Praktijk
Met een uur theorieles krijgt Wijma de cursisten wel redelijk bijgespijkerd. “Maar het gaat er natuurlijk om of ze de theorie goed toepassen in de praktijk. Dat wordt nu niet getest, maar zou wel verstandig zijn. Veel ervaren rijders redden zich goed doordat ze kunnen teren op hun kennis als automobilist. Maar soms ontbreekt het wel aan inzicht. Zo had ik laatst een cursiste die rotondes eng vond. Dan zeg ik: gedraag je dan als voetganger en neem het zebrapad.” Wat Wijma betreft zou het nog beter zijn deze lessen aan te bieden voordat mensen met hun scootmobiel de weg op gaan.
Ogentest
Koos in den Bosch voert tijdens de cursus de ogentest uit. “Op een scherm verschijnen steeds kleinere letters E, waarbij de cursisten moeten aangeven waar de opening zit: boven, onder, links of rechts. Met blokjes op het scherm testen we of mensen goed diepte kunnen zien en afstanden kunnen inschatten.” Bij twijfel over het gezichtsvermogen verwijst In den Bosch de cursisten door naar een opticien of oogarts. “Meestal komt uit de test bij de opticien precies hetzelfde resultaat, wat bewijst dat wij goede apparatuur hebben.”
Goed zicht is belangrijk voor een scootmobielgebruiker, vindt In den Bosch. “Sommige mensen weten dat ze een probleem hebben, maar willen er niets aan doen. Maar tijdens de cursus moeten ze ook tussen pionnen doorrijden, een bochtje maken of een lift inrijden. Dan moet je goed kunnen manoeuvreren en niet in paniek raken. Meestal pik je de mensen die minder goed zien er dan wel uit.” In den Bosch vindt het een goed idee om de ogentest door vrijwilligers te laten uitvoeren. “Wij zijn onafhankelijk en zitten er niet om brillen te verkopen. Als het nodig is, verwijzen wij de cursisten wel door naar een opticien.”





