Is de tijd rijp om verbindingen te leggen tussen mensen met een ggz-achtergrond en Wmo-raden, wsw-raden en gehandicaptenplatforms? Trudy Jansen, projectcoördinator bij Geestdrift, legde deze vraag voor aan de deelnemers van deze workshop.
GGZ-cliëntenorganisaties richten zich op mensen met psychiatrische en psychische beperkingen en handicaps. De deelnemers van de workshop, allen vertegenwoordigers van belangenorganisaties, vonden samenwerking vanzelfsprekend. Kritische kanttekeningen werden vooral geplaatst omdat mensen het te laat vinden. “Waarom nu pas?” verwoordde een deelnemer het algemene gevoel. Het is vanzelfsprekend om de ggz-ervaringsdeskundigheid te benutten en in te brengen in adviezen van bijvoorbeeld je Wmo-raad of gehandicaptenplatform aan de gemeente.
Weinig samenwerking
Toch is er in de praktijk weinig sprake van samenwerking. Dat blijkt onder andere uit de deelnemers. Van de ongeveer 80 aanwezigen, waren slechts een handjevol mensen vertegenwoordiger van de GGZ. Wel bleken veel mensen naast hun lichamelijke beperking ook, soms ernstige, GGZ-problematiek te hebben. De aanwezigen vonden dit logisch. Men veronderstelde dat het hebben van een lichamelijke beperking vrijwel altijd zal leiden tot psychische of psychiatrische stoornissen. In de belangenbehartiging gaat het deels om zaken die voor alle mensen gelden. Armoedebeleid en een inclusieve samenleving zijn voor alle cliënten belangrijk. Een kruisbestuiving tussen de organisaties is dan waardevol. Soms is het echter niet mogelijk om integraal beleid te maken. Toegankelijkheid is voor iedereen een item, maar als je dit voor de GGZ-cliënten invult gaat het om andere dingen dan bij mensen met een lichamelijke beperking. In een Wmo-evaluatie van het Sociaal Cultureel Planbureau stond een voorbeeld van hoe het niet moet. Een GGZ-cliënt die geen auto mocht rijden door zijn medicijnen en door zijn handicap ook niet met het OV kon reizen, kreeg te horen dat hij niet met de regiotaxi mocht ‘omdat die alleen voor mensen met een echte handicap is’. Als je uitgaat van de beperkingen die mensen met een handicap in het dagelijks leven tegenkomen, zou dit voorbeeld nooit voorkomen.
Betrekken van ggz vraagt iets
Samen optrekken dus. De vragen die zich opdringen zijn ‘waar vinden we mensen met een ggz-achtergrond, en hoe kun je hen bij je belangenorganisatie betrekken’? Want de doelgroep is relatief onbekend. De deelnemers gaven een aantal redenen waardoor ze verwachten dat GGZ-cliënten niet te vinden zijn voor Wmo-raden. Deze hebben allemaal te maken met een te hoge drempel voor deelname. Allereerst is er bij de GGZ meer dan bij andere doelgroepen sprake van vooroordelen. Verder voelen deze cliënten zich soms onveilig te midden van andere mensen / doelgroepen. Soms is er sprake van schaamte. Voor veel cliënten is het daarnaast, net zoals bij cliënten uit andere doelgroepen, lastig om de collectieve problemen te overzien en boven hun eigen handicap uit te groeien. Omdat er minder bekend is over de GGZ-belangenbehartiging is het voor deze belangenbehartigers lastiger om zichzelf in te lezen en ervaringen met anderen te delen. Er is een gebrek aan informatie.
Op de juiste plekken zoeken levert mensen op
Ondanks al deze aandachtspunten is het wel mogelijk om GGZ-belangenbehartigers te vinden, mits ze op een goede manier benaderd worden. Bij het project ‘Lokale Versterking’ zijn tijdens de beginjaren van de Wmo 500 belangenbehartigers uit deze doelgroep geworven. Veel daarvan zijn inmiddels weer verdwenen omdat men behoefte had aan meer begeleiding, maar het is dus mogelijk om de doelgroep te betrekken.
Mensen met een ggz-achtergrond zijn vaak per regio verschillend georganiseerd. Soms lokaal, soms regionaal. Door heel Nederland zijn Regionale Cliënten Organisaties (RCO’s) met belangenbehartigers GGZ. Deze zijn te vinden op de website van hun koepelorganisatie Geestdrift (vereniginggeestdrift.nl).
Voorzieningen treffen voor deelname aan een organisatie?
Bij de deelnemers vond een uitgebreide discussie plaats over hoe ver je moet gaan met voorzieningen om GGZ-vertegenwoordigers als lid op te nemen in de Wmo-raad. In principe zou het voor deelname niet uit moeten maken welke handicap je hebt. Maar wanneer een GGZ-cliënt moeite heeft met informatieverwerking, concentratie of sociale contacten, kan het de voortgang in de Wmo-raad ernstig verstoren. Een enkele deelnemer vond dat deze mensen niet in een Wmo-raad horen, omdat je daar op basis van je kwaliteiten benoemd wordt. De meeste deelnemers vonden het echter vanzelfsprekend dat met zo’n vertegenwoordiger gezocht wordt naar mogelijke voorzieningen waarmee hij toch aan de Wmo-raad deel kan nemen. Voorbeelden van aanpassingen zijn bijvoorbeeld het benoemen van een maatje dat de structuur van de vergadering blijft verduidelijken of aanpassingen aan de indeling van de agenda. Verder hebben sommige mensen te maken met een wisselend ziekteverloop en moet dus rekening gehouden worden met terugvallen. In het algemeen geldt: heb je iemand vanuit de ggz gevonden die bij wil dragen aan je belangenorganisatie, bespreek dan samen hoe deze persoon dat het beste kan doen. Veel papier lezen is vaak niet de oplossing. Ervaringen inbrengen wel.
Positieve insteek werkt
Een GGZ-vertegenwoordiger uit Wageningen bracht in dat de workshop erg gericht was op de nadelen en dat er net gedaan werd alsof elke GGZ-cliënt slecht zou functioneren. Ze legde uit dat dit absoluut niet het geval is en dat veel mensen erg goed werk leveren. Zelf heeft ze de ervaring dat een positieve insteek veel oplevert. In Wageningen is hierdoor een grote groep GGZ-cliënten actief. Door gewoon te beginnen, hebben ze zichzelf empowerd en hierdoor hebben ze nu een belangrijke rol binnen de belangenbehartiging in Wageningen gekregen.
Meer lezen?
Tijdens de workshop werden twee documenten uitgedeeld met informatie over de doelgroep, en een onderzoek naar behoeften en ervaringen van mensen met een ggz-achtergrond in gemeenten.





