Tijdens de workshop ‘AWBZ’ konden mensen kennis maken met de consequenties van overheveling van begeleiding en kortdurend verblijf van de AWBZ naar de Wmo. Deze overheveling vindt plaats in 2013.
De workshop werd druk bezocht. Het onderwerp bleek diverse soorten belangenbehartigers en vertegenwoordigers te interesseren. Zij gaven aan graag meer te willen weten over deze verandering, die grote gevolgen zal hebben voor mensen met een beperking en waarbij inbreng van ervaringsdeskundigen van groot belang is.
De twee workshopleiders gaven de grote lijnen aan wat er allemaal zal veranderen en wat mensen kunnen doen om de gemeente te helpen bij het maken van goed beleid. De overheveling vindt plaats in 2013. Het eerste advies aan de aanwezigen? Gebruik 2012 als overgangsjaar en werk zoveel mogelijk samen door gemeenten en aanbieders van zorg en welzijn stevig te informeren en te adviseren.
Er werden veel vragen gesteld. Een paar vragen en antwoorden:
Wmo-raden en cliëntenraden zullen beide andere eisen aan de gemeente stellen. Hoe lossen we dat op?
Antwoord: Het is van groot belang dat deze partijen lokaal met elkaar op gaan treden. Wij adviseren de Wmo-raad om zich te laten adviseren door andere lokale partijen. Vanuit het project van de cliëntenorganisaties zal dit samenspel daadwerkelijk ondersteund worden.
Wie gaat begeleiding bieden aan belangenbehartigers in dit traject?
Antwoord: Negen patiënten en cliëntenorganisaties werken samen om het proces in goede banen te leiden. Hier krijgen zij voor 2 tot 2,5 jaar geld voor. De VCP-achterban wordt uitgenodigd om mee te denken. Via de gebruikelijke kanalen krijgt u informatie. Ook het transitiebureau zal belangenbehartigers informatie en advies bieden.
U vraagt ons om mee te denken, dat zal toch op individueel niveau kunnen?
Antwoord: Het is van belang dat doelgroepen meedenken over hoe de gemeente het aanbod vorm geeft. Heel veel gemeenten zullen het oude aanbod uit de AWBZ overnemen. Er gaat maar een bezuiniging overheen van 5%. U zult als cliënt waarschijnlijk niet ineens een nieuw aanbod krijgen.
Hoe gaan we de burger voorbereiden? Die moet tenslotte weten wat zijn mogelijkheden zijn.
Antwoord: We adviseren gemeenten en belangenbehartigers om iedereen te informeren.
Bij de Wmo-raden kennen we onze nieuwe doelgroepen nog niet goed. Wat kunnen we daaraan doen?
Antwoord: We denken dat het transitieproject op dat punt ondersteuning gaat bieden. Er komt een rapport waar in staat welke cliënten er binnen welke gemeenten zijn. Meer informatie zal verschijnen op www.invoeringwmo.nl.
Wat is er geleerd van de transitie van de Wmo naar gemeenten, wat worden wij er beter van?
Antwoord: In het transitieproject worden belangenbehartigers ondersteund, zowel praktisch als met hand-outs. Er komt veel op u af, daar is helaas weinig aan te doen. We adviseren lokale belangenorganisaties en Wmo-raden om met elkaar om tafel te gaan en met de gemeente. Er zal meer samenhang nodig zijn.’
Gemeenten hebben de rapporten van het Centrum Indicatiestelling Zorg niet, hoe weet een gemeente nu wat er nodig is?
Antwoord: Dit heeft te maken met de kanteling van denken en doen; het loslaten van medische problemen. Gemeenten zullen kijken naar waar u in de praktijk last van heeft wanneer u deel wilt nemen aan de maatschappij. Dus niet ‘deze ziekte heb ik’ maar door deze ziekte kan ik dit niet meer’.
Hoeveel tijd zal men nemen voor het vraagverhelderend gesprek?
Antwoord: Geef als belangenbehartiger aan dat er goede vraagverhelderaars nodig zijn, die de vraag achter de vraag naar boven kunnen halen. Dit kost eerst meer tijd maar levert uiteindelijk meer op.
Conclusie
De presentatie was voor de deelnemers aan de workshop een eerste kennismaking met het onderwerp. Meer toelichting is gewenst, dat blijkt uit de vele vragen die de zaal stelde. Ook blijkt uit de reacties van de zaal dat het belangrijk is dat zoveel mogelijk belangenbehartigers, vertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen als gesprekspartners voor gemeente en aanbieders betrokken raken bij de overheveling van de AWBZ naar de Wmo.





