Peter van der Velden is burgemeester van Breda. Samenwerking met belangenbehartigers staat hoog op zijn agenda. Waarom vindt hij dit zo belangrijk? En hoe vertaalt zich dit naar de praktijk?

Waarom is het werk van lokale belangenbehartigers zo belangrijk?
“Niet iedereen is zich ervan bewust, maar er gaat vaak een wereld schuil achter het leven met een beperking. Een wereld die makkelijk onzichtbaar blijft. Belangenbehartigers slaan met hun inspanningen een brug tussen mensen met een chronische ziekte of beperking aan de ene kant en de overheid, scholen, bedrijven en instellingen aan de andere kant. Zij doen dit vanuit talloze invalshoeken. En in veel gevallen op vrijwillige basis. Dat is van onschatbare waarde.”
“Let wel, ik vind dat mensen met een chronische ziekte of beperking, daar waar ze kunnen, zelf een extra inspanning moet leveren. Ik ben groot voorstander van de eigen verantwoordelijkheid van mensen: zelfredzaamheid. Maar ik vind ook – en ik weet dat het tegenstrijdig klinkt – dat daar hulp bij nodig is. Hulp van bestuurders. En zeker ook de hulp van belangenbehartigers in het meedenken en het onderwerp steeds opnieuw op de agenda plaatsen. Dat helpt bestuurders beperkingen transparant te maken en er over te praten. Vooroordelen kunnen zo weggewerkt worden.”
Hoe kunnen belangenbehartigers volgens u het beste op de toekomstige bezuinigingen anticiperen?
“Voor mij staat het bestaansrecht van belangenbehartigers vast. We krijgen echter met onrustige tijden te maken. Dan is het altijd verstandig vooruit te kijken. We krabbelen langzaam op uit de economische crisis, maar weten dat dat alleen kan door heel stevig te bezuinigen. Dat betekent vaak dat we minimaal hetzelfde, maar ook vaak meer, moeten doen met minder middelen. In veel gemeenten zijn zogenaamde takendiscussies gestart. Wat doen we nog wel en wat niet meer of minder? Dan wordt onvermijdelijk ook naar subsidies gekeken. Wat dat betekent voor belangenbehartigers is vanaf deze plaats niet te zeggen. Ik roep ze daarom op om aan boord te blijven voor de mensen die uw en onze hulp nodig hebben.”
Hoe ervaart u de samenwerking met lokale belangenbehartigers?
“Ik heb groot respect voor de manier waarop het Bredaas Centrum Gehandicaptenbeleid (BCG) werkt. Niet alleen in het contact met gemeenten. Maar bijvoorbeeld ook in het trainen van wijk- en dorpsraden, welzijnsinstellingen, of actieve vrijwilligers om op een inclusieve manier naar de woonomgeving te kijken zodat mensen er zo lang mogelijk kunnen blijven wonen. Ik zie een platform dat een enorme creativiteit aan de dag legt om de achterban te betrekken, voorlichting op scholen te geven, met de gemeente mee te denken en nog veel meer.”
Waar bent u trots op in het kader van de inclusieve samenleving en waar ziet u nog een uitdaging?
“Ik ben trots op de relatie met het BCG in Breda die al lange tijd terug gaat en die zich kenmerkt door praten met in plaats van praten over. Dat geldt overigens voor meer gemeenten. Het contact is gelukkig steeds vaker een vanzelfsprekendheid. Belangenbehartigers weten steeds beter hun weg te vinden. Als bestuurders hebben we de taak ons extra in te spannen voor mensen die op de een of andere manier minder zelfredzaam zijn. Door al in het beleid of in bouwplannen rekening te houden met deze groep mensen. We moeten inclusief denken en doen. Dat gebeurt gelukkig meer en meer, maar nog steeds onvoldoende. Belangenbehartigers spelen hierbij een onmisbare rol.”
Hoe kunnen belangenbehartigers een positieve invloed uitoefenen op gemeentebeleid?
“Het is van groot belang dat platforms meedenken en niet ophouden het onderwerp steeds opnieuw op de agenda te plaatsen. Dus aan tafel blijven en meedenken met gemeenten en instellingen.”
Hoe zou volgens u de opstelling van belangenbehartigers richting de gemeente moeten zijn?
“Meedoen vanuit een positieve en kritische houding is volgens mij een goed vertrekpunt voor platforms en belangenbehartigers. En het is nodig om – zeker in het huidige economische perspectief – kracht en creativiteit aan de dag te leggen. Aan tafel bij gemeenten en instellingen zijn belangenbehartigers vaak een luis in de pels. Ik vind dat je daar als gemeente blij mee moet zijn. Je moet in die spiegel durven en willen kijken. Dat houdt je scherp en alert.”
Wat zijn de kenmerken van een goed platform?
“Een goed functionerend platform:
- zit aan tafel met de gemeente
- zoekt de samenwerking met andere partijen die gelijke doelen nastreven
- zoekt naar kansen om het slimmer te doen met minder middelen
- zorgt voor empathie bij gemeenten en instellingen
- levert input voor beleid
- wisselt best practices uit
- zorgt dat mensen met een beperking zich laten horen; laat ze lid worden van het platform, want hoe groter de groep, hoe groter de kans dat je gehoord word
- zoekt de samenwerking met de Wmo-raad.”





