Iedereen evenveel?
Sinds 2004 kennen we de Wet Werk en Bijstand (WWB). Ook mensen met weinig of geen inkomen en/of vermogen, hebben via de WWB recht op voldoende inkomen. Mensen met een beperking hebben niet altijd (voldoende) mogelijkheden om zelf hun inkomen te verdienen. De WWB is dan ook belangrijk voor hen. Gemeenten bepalen zelf het lokale beleid rond de WWB. Hierdoor zijn er nogal wat verschillen in het land; niet overal is aanvullende bijstand even vanzelfsprekend.
Wat houdt WWB in?
Sinds 2004 bepaalt niet de landelijke overheid het beleid rond de bijstand. Het zijn nu de gemeenten die beslissen. De Wet Werk en Bijstand (WWB) voorziet in ondersteuning bij arbeidsinschakeling en bijstand. Doelgroep: mensen die weinig of geen ander inkomen hebben en ook geen vermogen. De gemeenten regelen in het kader van de WWB onder andere individuele- en bijzondere bijstand.
Bijzondere bijstand
Ook regelen de gemeenten de categoriale bijstand, een belangrijk onderdeel voor chronisch zieken of mensen met een beperking. Deze bijstand regelt immers de compensatie van meerkosten die een ziekte of beperking met zich meebrengt. Ook wel ‘verborgen’ kosten genoemd, omdat deze kosten nergens verhaald kunnen worden. Denk aan een verhuizing waarvoor extra zaken geregeld moeten worden. Gemeenten stellen zelf de hoogte van de bedragen vast. Zij zijn niet meer verplicht om de categoriale bijstand toe te kennen. Tweederde van de 27 grote steden hebben de regeling geschrapt.
Financiële beperking
Er zijn dus verschillen ontstaan tussen gemeenten. In de ene gemeente is er soms wel een categoriale regeling, maar niet in de buurgemeente. Dat geeft mensen met een beperking, chronisch zieken en ouderen in zo’n gemeente financiële onzekerheid. Het mag duidelijk zijn: lokale platforms strijden in die gemeenten samen met cliëntenraden WWB voor een ruimere en betere uitvoering van de WWB.





